WETENSCHAPSDAG LUMC

Aanstaande zondag, 19 oktober doet het LUMC weer mee met de jaarlijkse 'Leidse Wetenschapsdag'. Dit is gekoppeld aan de landelijke 'Oktober Kennismaand', bedoeld om wetenschap en techniek breder bekend te maken bij een groot publiek.

Door heel leiden zijn er activiteiten. Het LUMC komt tussen 12.00 en 17.00 uur in actie met dit jaar als thema 'Kraak de code'. Er is een wetenschapsmarkt waar kinderen proefjes en puzzels kunnen doen. Meer dan 25 kraampjes en leer meer over doofheid en gebarentaal, microscopen en infecties, maar ook over puberhersenen en tikfouten in DNA. De afdeling psychiatrie heeft een Breinbrekersbioscoop, waar de kids met stemkastjes worden uitgedaagd om diverse raadsels op te lossen.
Ook worden er wetenschapscolleges (zie hier voor het programma) en diverse rondleidingen (hier)georganiseerd.
Het Anatomisch Museum - normaal gesloten voor publiek - is die dag geopend. In het Anatomisch Museum zijn meer dan 800 preparaten en modellen van het menselijk lichaam te bezichtigen. Vijf grote vitrines laten elk een levensfase zien, allen rond het thema 'gezond en ziek'.

Het volledige programma van wetenschapsmarkt, rondleidingen en lezingen is na te lezen op de website. Alle activiteiten op de Wetenschapsdag zijn gratis toegankelijk.
.
17 Okt '08

COLLABORATIVE CARE - JELGERSMALEZING

Voor je planning van volgende week: Dinsdag de 14e is er weer een Jelgersmalezing. Deze keer is het thema gericht op 'Collaborative Care'. Collaborative Care is een term die wordt gebruikt voor een in Nederland vrij nieuw model voor de behandeling van mensen met depressieve en/of angstklachten. Centraal staat hierbij een ‘caremanager’. Dit is over het algemeen een gespecialiseerde verpleegkundige of maatschappelijk werker. Deze coördineert het contact met de desbetreffende patiënt, de huisarts, bedrijfsarts en de psychiater en psychotherapeut. Hierdoor krijg je als het goed loopt, een vloeiend verloop van de 'eerste lijns gezondheidszorg' (de huisarts) naar de 'tweede lijn' (de GGZ). En een effectievere samenwerking. De behandeling omvat een vast pakket, waarbij wordt getracht dat de diverse disciplines dat gezamenlijk doen. Het Trimbos Instituut beschrijft vrij helder hoe dat in zijn werk gaat, zie op hun site. Het begint bij de basis, met psycho-educatie door de caremanager. In een dergelijk gesprek wordt uitgelegd wat een depressieve of angststoornis inhoudt, en gekeken naar de symptomen die de patiënt ervaart. Daarnaast wordt gesproken over het ontstaansmechanismen en tenslotte over de behandelmogelijkheden. De patiënt kiest vervolgens zelf na dit gesprek met de caremanager welk behandeltraject hem het meest aanspreekt en wordt hiermee mede verantwoordelijk gemaakt voor de eigen behandeling. Qua behandeling heeft de patiënt keuzeopties richting 'Problem Solving Treatment' (PST – zie folder) of 'Cognitieve Gedragstherapie' (zie eerder bij), al dan niet in combinatie met medicamenteuze behandeling. In het traject houdt de caremanager de samenwerking tussen de disciplines in de gaten en wordt gewerkt aan omstandigheden die het voorkómen van terugval kunnen optimaliseren.

Er lopen momenteel diverse onderzoeken naar het effect van Collaborative Care. In het buitenland is het effect ervan wel aangetoond - het is nu de vraag of het ook in het Nederlandse zorgstelsel van meerwaarde is.
Prof. Dr. R. van Dyck (VU Medisch Centrum), komt er dinsdag over spreken in een lezing getiteld "Collaborative Care voor de GGZ: waarom en hoe?". Van 16.15 - 17.30 uur in collegezaal 3, locatie K1-S, LUMC. Je bent van harte welkom.
.
10 Okt '08

SCHIZOFRENIE & Hb

Schizofrenie komt voor bij ongeveer 1% vd bevolking. Het is bekend dat erfelijke factoren een belangrijke rol spelen bij de ontwikkeling van schizofrenie. In maart heb je kunnen lezen over toenemende inforematie over de rol van genetische kwetsbaarheid vorr het ontwikkelen van schizofrenie (zie 'schizofrenie – mannen & vrouwen'). Deze genetische afwijkingen kunnen in interactie met elkaar, plus in interactie met diverse omgevingsfactoren de kwetsbaarheid voor de ontwikkeling van schizofrenie verhogen. Heel complex dus. Naast toenemend zicht op het chromosoom (hoewel het ook steeds ingewikkelder wordt allemaal…), komt er ook steeds meer info over welke omgevingsfactoren een rol spelen. De diverse factoren die worden gevonden en een rol kunnen spelen, varieren van toxoplasmose (zie ‘toxoplasmose’) tot drugsgebruik (zie 'risicofactoren', of 'weed'). Ook gedurende de zwangerschap kunnen factoren de kwetsbaarheid van het nog ongeboren kind voor het ontwiikkelen van schizofrenie in de toekomst verhogen. Dat stress bij de moeder gedurende de zwangerschap een factor is, is al langer bekend. Ook naar de invloed van voeding wordt, net als bij depressie (zie bijvoorbeeld 'depressie en vitamine B') en dementia (zie 'dementie en vitamine B … en verder').
Onderzoekers hebben nu gekeken naar de invloed van ijzergebrek op de kwetsbaarheid voor het ontwikkelen van schizofrenie. Ze hebben een groep baby’s gevolgd die tussen 1959 en 1967 geboren waren, 6872 stuks maar liefst. Tussen 1981 en 1997 is deze groep weer gecontroleerd. Allereerst hebben ze gekeken of er bij de moeders van deze personen sprake was van een ijzertekort. Dit deden ze door hun haemoglobineghalte (Hb) te controleren.
Haemoglobine is een eiwit dat voorkomt in de rode bloedcellen. Daarin is het als het ware de transporteur van zuurstof en koolstofdioxide. Een belangrijk eiwit dus. Het hemoglobinemolecuul bestaat uit 4 subeenheden. Elke subeenheid bevat een haem-molecuul dat in het midden een ijzerion bevat. IJzer is dus van belang voor het maken van haemoglobine. En aan haemoglobine - en wel specifiek dan aan het ijzerion kan een zuurstofmolecuul worden gebonden. In de groep zwangere vrouwen bleek dat er bij 57 (0,8%) sprake was van een te lage Hb concentratie ('bloedarmoede'). Bij 6815 (99,2%) was sprake van een normale (Hb) concentratie. Vervolgens hebben ze gekeken naar hun kinderen. Ze hebben onderzocht of deze kimnderen later een 'stoornis in het schizofreniespectrum' hadden ontwikkeld. Met 'spectrum' moet je je voorstellen dat ook mensen met als het ware aan schizofrenie 'verwante stoornissen' zijn geïncludeerd. Bijvoorbeeld mensen met een 'schizofreniforme stoornis'. Dat zijn mensen die weliswaar aan de criteria van schizofrenie voldoen (zie eerder), maar waarbij het de stoornis nog maar korter dan 6 maanden speelt. Of bijvoorbeeld mensen met een 'schizo-affectieve stoornis'. Daarbij speelt een depressieve of manische stemming (vandaar 'affectief') gedurende de actieve fase van schizofrenie een heel belangrijke rol. Een gemiddelde Hb concentratie van minder dan 10 g/dl bij de moeder was geassocieerd met een 4 maal zo hoog risico op het ontwikkelen van een stoornis in het schizofreniespectrum bij het kind. Voor elke ene gram per dl daling nam het risico toe (Arch Gen Psych '08;65:1136-44).
De onderzoekers geven dan ook aan dat naar hun mening ijzergebrek een belangrijke rol speelt als risicofactor voor de kwetsbaarheid tot het ontwikkelen van schzofrenie. Wat zal het pathofysiologisch mechanisme zijn? Gaat het om het ijzer zelf? Of om het gevolg van het ijzergebrek op het Hb moo de functie van het Hb, namelijk dat er minder zuurstof transport (en dus een verlaagde zuurstofsaturatie) kan spelen? Hadden de moeders nog meer voedingsdeficiënties? Dat er een link is met voeding was al duidelijk. Al eerder kwam naar voren dat ernstig voedseltekort gedurende de zwangerschap een risicofactor is. Voldoende voer (om het woord maar te gebruiken...) voor verdere studies. Welke voedingsbestanddelen het meest essentieel zijn, is natuurlijk zeer nuttig om te weten. Dan kan je gerichte adviezen aan moeders gaan geven. Zoals het gebruik van extra foliumzuur om het risico op het ontwikkelen van een spina bifida bij de baby te verminderen. Zowiezo raden de onderzoekers nu al aan om moeders te adviseren alert te zijn op hun ijzerintake omdat de zwangere vrouw al meer - kwaad kan het niet… maar wordt ongetwijfeld vervolgd.

Eerder over schizofrenie: schizofrenie & toxoplasmose;
Schizofrenie & risicofactoren;
Schizofrenie & fMRI ; verder: schizofrenie & LY2140023; Schizofrenie en appendicitis;
En kunstenaar Patra.
Zie ook de Club Confabula WIKI over psychosen!
.
08 Okt '08

DE BIBBERS

De Angst Dwang en Fobie Stichting bestaat 40 jaar. In die jaren zijn er (gelukkig) veel nieuwe inzichten op het gebied van diagnostiek en behandeling ontstaan. De ADFS besteedt hier aandacht aan in een syposium dat a.s. vrijdag, 10 oktober in Lunteren plaats zal hebben. Er zijn diverse lezingen, discussies en workshops. Er zijn nog plekken, dus ben je geïnteresseerd, surf dan naar hun site.

Daarbij lanceren ze nu een website over angst speciaal voor kinderen, genaamd 'De Bibbers!'.
.
08 Okt '08

VITAMINE B & DEMENTIE? (PART II)

OK, van vitamine B, en depressie naar idemdito en dementie. In februari bespraken we dat uit een onderzoek naar 518 ouderen naar voren kwam dat een te laag vitamine B6 en B12 en een stijging van het homocysteïne significant gecorreleerd was met het ontwikkelen van dementie. Nu een aanvullend onderzoek van een andere studiegroep, gericht op beeldvorming. Honderdzeven vrijwilligers, tussen de 61 en 87 jaar, zonder cognitieve achteruitgang bij aanvang van het onderzoek, werden gedurende 5 jaar vervolgd. Jaarlijks werden ze lichamelijk onderzocht en er werden cognitieve testen afgenomen. Ook werden MRI scans van het brein gemaakt. Daarnaast werd hun bloed onderzocht op onder andere vitamine B12, foliumzuur en homocysteïne. Er werd gekeken of er een verband was tussen de concentraties van de diverse bloedwaarden en eventueel gemeten atrofie van het brein.
Van belang is overigenste te beseffen dat geen van de onderzochten een vitamine B12 tekort had.
Maar als er werd gekeken naar de hoeveelheid vitamine B12 in het bloed, werd er een opmerkelijk verband gezien tussen de concentratie van vitamine B12 en de aanwezigheid van atrofie op de hersenscans. Bij het vergelijken van de mensen met een lagere (dus: laag, maar nog wel binnen de (onder-)grenswaarde van het normale!) en die met een hogere vitamine B12 concentratie, bleek er een significant grotere afname in hersenvolume bij de mensen met een lagere vitamine B12 concentratie in het bloed.

Mensen met een hogere vitamine B12 concentratie in het bloed, bleken een 6 maal kleinere kans op hersenatrofie te hebben (Neurology. '08; 71:826-32).
De onderzoekers geven aan dat dit natuurlijk nog veel verder uitgediept moet gaan worden. Is de gevonden atrofie ook gecorreleerd met een significant ernstiger cognitieve achteruitgang of dementie? De huidige studiegroep was te klein om er iets van te kunnen zeggen.


Maar het belang van een goed dieet, wordt wel steeds duidelijker, dus: ga zo door met je visjes, graan- en melkproducten! - (Zie eerder, bijv hier bij 'Blijf pittig: vis & kruid!').
.
2 Okt '08

VITAMINE B & DEPRESSIE?

Wat gaan we vanavond eten? Als eerder hadden we het in Club Confabula over vitamine B. Bijvoorbeeld in het kader van het voorkómen van cognitieve achteruitgang (zie bijv hier). Maar ook bij depressies is bekend dat een vitamine B tekort een rol kan spelen. Dit maakt men zich frequent afvraagt of het innemen van extra vitamine B wellicht ook een preventief anti-depressief effect kan hebben. Of kan antidepressief kan werken bij een reeds bestaande depressie. Naar dat laatste is wel eerder gekeken, maar het lastige is dat dan patienten worden onderzocht die ook antidepressiva krijgen. Dus dan is het niet goed te beoordelen in hoeverre een eventueel antidepressief door de vitamine veroorzaakt wordt.
Nu is vitamine B in z’n eentje onderzocht. Bij 299 oudere mannen. Zij waren geïncludeerd in een onderzoek naar aneurysma’s (vaatverwijdingen) van de aorta in de buik - wat dus op zich in 1e instantie niet met depressies te maken had. Ze werden geëxcludeerd als ze overgewicht hadden, of tekenen van cognitieve achteruitgang vetoonden. Ook mochten ze (nog) geen vitamine B gebruiken of gebruikt hebben. Ze kregen gedurende een periode van 2 jaar ofwel vitamine B6 , B11(foliumzuur) en B12, ofwel een placebo. Die namen ze trouw elke ochtend in. Zowel de proefpersonen als de onderzoekers wisten niet wat ingenomen werd gedurende die episode (dubbel-blind). Er werd gekeken naar de score in de BDI bij de twee groepen. De BDI ('Beck's Depression Inventory') is een meetschaal voor depressieve klachten - je kunt hem hier downloaden). Uiteindelijk completeerden 241 mannen het onderzoek. In deze groep hadden 23 mannen bij aanvang van de studie een lichte depressie. Twaalf van hen kwamen in de vitamine groep en 11 in de placebo-groep. Na 24 maanden behandeling bleek er geen verschil in uitkomst tussen beide groepen. Geen meerwaarde van de vitamine B dus. Aan het eind vd twee jaar, bleek dat 84% vd mannen die vitamine B hadden gehad en 79% vd mannen die een placebo hadden gehad, vrij waren van klinisch significante depressieve symptomen.
Als de groep die vitamines en de groep die placebo gebruikten met elkaar werden vergeleken, bleek dat de groep die met vitamine B werd behandeld een 24% grotere kans had om depressie-vrij te blijven. Maar dit verschil bleek statistisch niet significant te zijn. Hiermee komt het aantal mensen dat je met vitamine B moet behandelen om er 1 voor een depressie te behoeden ('number needed to treat') op 21. De onderzoekers hebben de groep die met vitamine B werd behandeld nader uitgediept. In hun bloed maten ze een toename van de hoeveelheid vitamine B12 en foliumzuur. En een afname van de hoeveelheid homocysteïne. Dit is een aminozuur dat je lichaam zelf aan kan maken uit het aminozuur methionine. Daarna kan homocysteïne mbv het enzym homocysteïne methyltransferase weer worden terug-omgezet in methionine. Bij deze stap spelen vitamine B6, B11 en B12 een rol als co-enzym. Als er een tekort aan deze vitamines is, kan het gehalte homocysteïne dus te hoog worden. Dit brengt gezondheidsrisico’s met zich mee, bijvoorbeeld een verhoogd risico op hart & vaatziekten. En op het ontwikkelen van Alzheimer, waarover we het eerder hadden. Nu bleek er geen significant verschil in de bloedwaarden van de vitamines of homocysteïne tussen mannen met of zonder een depressie. De onderzoekers concluderen dat vitamine B behandeling geen significante meerwaarde heeft, zowel niet bij de behandeling van lichte depressieve klachten, als bij het voorkómen van het onstaan van een depressie. Althans … bij een cohort van oudere mannen (J Clin Psychiatry Juni '08).
Let op: het gaat dus om extra vitamine B. Geen van de proefpersonen had een vitamine B tekort wat door de pillen werd gesuppleerd! Bij een tekort is het weer een ander verhaal natuurlijk.
Deze studie biedt, ook gezien de populatie, nog niet voldoende info voor te generaliseren adviezen. Plus - vergeet niet de gunstige berichten so far over vitamine B en cognitieve achteruitgang. Voorlopig dus gewoon stug door blijven eten.. ook op latere leeftijd. Want op dat gebied blijven de onderzoeksresultaten gunstig - daarover later meer.
.
Check ook de CC WIKI over stemmingsstoornissen.
.
19 Sept '08

COCAINE OP EEN FEESTJE?

Psychologe Lorenza Colzato van de Faculteit der Sociale Wetenschappen doet onderzoek naar de toenmende populariteit van cocaïne onder jongeren. Dit onderzoek is ze begonnen toen ze 2 jaar geleden een onderzoek startte naar de effecten xan XTC op het brein. Bij haar zoektocht naar proefpersonen, kwam ze erachter dat er meer studenten waren die cocaïne snoven dan ze had verwacht. Ook op sommige studnetenverenigingen blijkt het bij feesten rond te gaan. Dat chronisch gebruik van cocaine een negatief effect op het brein heeft, is al langer bekend. Maar wat sporadisch (feest) gebruik doet is niet duidelijk. Ze besloot dan ook zich hierin te gaan verdiepen. Het is haar om te beginnen opgevallen dat veel jongeren denken dat het sporadisch gebruik van cocaïne geen schadelijke gevolgen heeft. Haar onderzoek wijst echter het tegendeel uit. Zelfs het zogenaamde 'recreatieve cocaïnegebruik', waarvan wordt gedacht dat het wel een keertje moet kunnen op zo’n feestje, blijkt gevaarlijker dan je denkt. Ze onderzocht het reactievermogen van het brein bij jongeren die 1 tot 4 gram cocaïne per maand hadden gesnoven over een periode van minimaal twee jaar. Ze warden vergeleken met proefpersonen die geen cocaine gebruikty hadden. Op andree gebieden (bijvoorbeeld alcohol gebruik) waren de twee groepen vergelijkbaar. In een computermodel moesten de proefpersonen oa op een knop drukken terwijl een groene pijl bewoog op het scherm. Als de pijl rood werd, moesten ze daar ook weer op reageren - een remtest dus (PLoS ONE 2(11): e1143). De recreatieve gebruikers bleken significant trager te reageren: ze bleken als het ware 25 milliseconde later op de rem trappen. Je denkt misschien dat zo'n iniminimiliseconde niet zo spectaculair is, maar – hé ho, we hebben het hier wel over het brein met zijn vele in iniminiminiseconden verlopende refelexen, reacties, impulsen. En in een noodsituatie bovendien, komt het op (mili)secondes aan. Daar kwam bij dat hoe meer en hoe langer gebruik, hoe trager het reactievermogen van het brein.
Het onderzoek zal verder worden uitgebreid, met diverse computerexperimenten. Er zal onder andere worden gekeken naar de tijd die recreatieve cocaïnegebruikers en niet-gebruikers nodig hebben om tussen de ene en de andere computertaak te schakelen; een eenvoudige maat voor cognitieve flexibiliteit. Ook zal beeldvormend onderzoek worden gedaan. Gezien de afname in reactie en flexibiliteit die zij tot nu toe bij gebruikers meet, verwacht zij dat er verschillen zullen zijn in het frontaal gebied van het brein.
In het televisieprogramma 'Spuiten en Slikken', werd aandacht besteed aan cocainegebruik en aan het onderzoek van Lorenza Colzato. Zij gaf er een interview. Je kunt het
programma hier downloaden.
.

Eerder hier over verslaving.
.
17 Sept '08

MIND OPEN

De Faculteit der Gedrags- en Maatschappijwetenschappen en de afdeling Psychologie van de Universiteit van Amsterdam bieden een digitaal tijdschrift 'Mind Open' dat ze 2 keer per jaar willen laten uitkomen. Ze brengen er interviews met psychologen die vertellen over hun onderzoeken en publicaties. In deze 1e uitgave artikelen oa over 'schaken, schrijftherapie, evolutionaire psychologie en optimale groepsbeslissingen'.

.
17 Sept '08

PICKNICK BIJ DOLHUYS

Psychiatrie Museum 'het Dolhuys', waarover we het vaak hebben, organiseert aanstaande donderdag, de 18e September, weer een themavond in het kader van 'de 43e april'. Dit keer naar aanleiding van de heruitgave van een boek, dat ook de titel 'de 43e april' heeft. Deze titel is gebaseerd op een Russische romanfiguur, Poprisjtsjin, die op die dag na een aantal eigenaardige omzwervingen ontdekt hij op deze bijzondere datum opeens koning van Spanje is. Een opmerkelijke waan (= een vaste overtuiging die niet overeen komt met de rationele werkelijkheid). Het boek betreft een bundel met verhalen van Russische schrijvers, over mensen met een psychiatrische ziekte. Het eerste exemplaar zal donderdag worden uitgereikt aan Laura Starink, correspondent van NRC Handelsblad tijdens de periode van Gorbatsjov. In haar eigen boek 'De Russische Kater' portretteert ze Russische burgers. Ze zal worden geinterviewd door Wouter van Ewijk, voorzitter Raad van Bestuur Stichting Buitenamstel Geestgronden en voorzitter van het bestuur van Het Dolhuys. Naast de presentatie is er ook Russische live muziek. Ook het museumcafé heeft zijn fourage aangepast: je kunt er een maaltijd in Russische stijl nuttigen. Wel reserveren!

En als klap op de vuurpijl nog aanstaande zondag, de 21e september: een Freudiaanse picknick. Tussen 14.00 en 17.00 organiseert 12 x 1 = 2008* een Freudiaanse Picknick in het park direct achter Het Dolhuys. Zoals het Dolhuys het zelf verwoordt: "Onder het genot van heerlijk eten en elkaars gezelschap kunt u uw dromen bespreken en staat het u vrij om terug te keren naar uw kindertijd. In zittende of liggende houding". De manifestatie wordt mede verzorgd door Oscar Prinsen. Prinsen is kunstenaar - meer informatie over zijn werk vind je op zijn website. Voor de catering wordt gezorgd door Rinders catering en restaurant Freud – ons welbekend! Klinkt leuk! Hopelijk werkt het weer mee.
Kosten € 12,- per persoon inclusief eten, drinken en kortingsbon voor het Dolhuys. Ook even reserveren!
.
16 Sept '08

STRESS & ALLERGIE

Interessant bericht vd Universiteit van Ohio, die weer laat zien hoe zeer psychiatrie & somatiek verweven zijn. De afdeling psychiatrie bracht rapport hierover uit van recent onderzoek op de American Psychological Association in Boston. We hadden het er laatst nog over ihkv PTSS en hartklachten.

Nu weer angst-gerelateerd nieuws.
Maar een nieuw somatisch focus: allergieën. Ze onderzochten 28 mensen met hooikoorts. Het onderzoek duurde zo’n 2,5 dagen. Allereerst werd gekeken naar de allergische reactiviteit vd proefpersonen. Dit deden ze door de reactie op de huid op verschillende allergenen te testen (huidpriktest, weet je wel waarbij je met een klein naaldje wat van het allergen onder de huid brengt, en naar de reactie vd huid kijkt). Ook onderzochten ze het bloed en het speeksel op allergie-parameters. Op psychisch vlak werden diverse vragenlijsten afgenomen, gericht op stress, angst, zelfvertrouwen en het gevoel van controle over situaties. Op de eerste dag lazen de proefpersonen een tijdschrift en moesten ook nog een stuk uit het blad hardop voorlezen. Dat werd opgenomen op een bandje. Intussen kregen ze alle onderzoeken. Op de tweede dag kregen ze stressvolle tijden! Ze moesten voor een groep "deskundigen" komen. Er was ook nog eens tegen ze gezegd dat dat "deskundigen" waren gespecialiseerd in 'gedrag'. En ze moesten een speech van 10 minuten houden die ook nog eens op video werd gezet. En als klap op de vuurpijl ook nog uit het hoofd moeilijke wiskunde sommen maken, zonder daarbij pen en papier te gebruiken. In beide settings werd gekeken wat de huidreactie was op de aangeboden allergenen. Je meet dan de grootte van het oppervlak vd huidirritatie.
Opmerkelijk was dat het oppervlak van de allergische huidreactie bij mensen die aangaven onder de stressvolle omstandigheden "angstig" te zijn, groter was dan bij degenen zonder stress. Maar ook van belang is dat de dag erna, toen de rust al was wedergekeerd, de huidreactie nog heviger was. We wachten het wetenschappelijk artikel met nadere details en zeker ook daarbij de discussie (theorievorming) over de mogelijke oorzaak hiervan (rol voor
histamine? voor de HPA-as?) af!
.
27 Aug '08

RESTAURANT FREUD (VII)

We hebben weer nieuws van restaurant Freud (zie bijv 'Freud V'). Het kan alleen maar beter worden daar: het keukenteam van Freud heeft onlangs in de nieuwe kook- en wijnschool van chefkok Jonnie Boer een workshop gevolgd. Ook doet restaurant Freud deze week weer mee aan de Amstyerdamse Restaurantweek van maandag 25 t/m zaterdag 31 augustus: een speciaal samengesteld viergangenmenu voor maar € 25. Lees het na in de nieuwsbrief, die je hier kunt downloaden!
.

25 Aug '08

CVS, CGT & MRI

Het 'chronisch vermoeidheidssyndroom' (CVS) is een syndroom dat forse beperkingen kan opleveren. Mensen die er aan lijden zijn voortdurend moe bij de minste inspanning. Bij lichamelijk onderzoek wordt echter geen afwijking gevonden die deze extreme moeheid zou kunnen verklaren. Daarnaast zijn er veelal andere klachten als spierpijn en hoofdpijn. Omdat er geen goede lichamelijke verklaring voor is, plus omdat veel patiënten merken dat stress een ongunstige invloed heeft op de klachten, wordt gedacht dat een psychische component meespeelt (zie NVVP folder). Qua behandeling worden resultaten geboekt met cognitieve (bij ons in het LUMC opgezet door dr v Rood, over wie je eerder las bij BDD - zie 'BDD today'). Uit onderzoeken kwam de laatste tijd naar voren dat er bij patiënten met CVS sprake kan zijn van een afname in het grijze stof volume van het brein. Net als bij chronische pijnklachten (zie 'de invloed van pijn op het brein') is niet duidelijk of dit de oorzaak, of een gevolg is van CVS. Onderzoekers beschrijven nu het effect van cognitieve therapie bij patiënten met CVS op het grijze stof volume. Allereerst werd mbv MRI scanning het brein van tweeëntwintig patiënten met CVS vergeleken met 22 gezonde proefpersonen. Hieruit kwam naar voren dat de patiënten met CVS een significant minder volume van de grijze stof hadden, vergeleken met de gezonde proefpersonen. Vervolgens gingen de patiënten met CVS cognitieve gedragstherapie volgen. Negen maanden later werd er opnieuw een MRI-scan gemaakt. Bij de gezonde proefpersonen (die geen therapie hadden gekregen) was er geen verandering op de MRI scan. Na 9 maanden bleek er sprake van een significante verbetering van het algemeen welbevinden, fysieke activiteiten en ook van de cognitieve prestaties. Bij vergelijken van de MRI scans voor en na therapie, bleek dat na cognitieve gedragstherapie het volume van de grijze stof significant was toegenomen. Het ging met name om de laterale prefrontale cortex. Ook ontdekten ze dat de patiënten na de cognitieve gedragsbehandeling mentaal sneller waren – ze konden sneller adequaat beslissingen nemen (Brain. '08;131: 2172-80; PDF vd auter).
Opmerkelijk is dat bij dit onderzoek de toename van grijze stof volume na de therapie te zien was bij patienten jonger dan veertig jaar. Maar niet bij de groep boven die leeftijd! Dat zou kunnen suggereren dat de plasticiteit van het brein boven deze leeftijd niet (meer) wordt gestimuleerd door de cognitieve gedragstherapie. Dat is zeer opvallend! Deze bevinding zou verregaande behandeconsequenties kunnen hebben. Niet alleen voor het CVS, maar ook voor andere psychiatrische aandoeningen die met cognitieve gedragstherapie kunnen worden behandeld. Het noopt dan ook zeker tot vervolgstudies.



Plaatje: Moby
.
23 aug '08

OESTROGENEN ANTIPSYCHOTISCH?

Bij een psychose is de eerste keuze van behandeling een antipsychoticum. Mensen met schziofrenie, die lijden aan (recidiverende) psychotische symptomen, gebruiken dan ook over het met algemeen een antipsychoticum. Bij sommige patiënten heeft dit echter onvoldoende effect op hun klachten. Daarnaast kunnen antipsychotica bijwerkingen hebben, die bij sommigen dermate ernstig zijn dat ze de medicatie staken. Er wordt gezocht naar alternatieve behandelingen. Qua medicatie werd vorig jaar gerapporteerd over een mogelijk nieuw middel 'LY2140023' genaamd ( zie 'LY2140023') waarnaar gekeken wordt.

Nu een bericht specifiek gericht op vrouwen met schizofrenie. Honderdtwee vrouwen met schziofrenie, die allen pre-menopausaal zijn, werden onderzocht. De meeste vrouwen werden zowiezo al behandeld met een antipsychoticum. Dit werd dan gecontinueerd. Daarnaast kregen 56 pleisters met 100 microgram oestradiol. En 46 een pleister met niks (placebo). Deze extra behandeling duurde 28 dagen.
De mate van psychotische klachten werd intussen geëvalueerd middels de Positive and Negative Syndrome Scale (de PANNS, je kunt hem hier downloaden). Onder 'positieve symptomen' vallen wanen en halluicinaties. En ook symptomen die meer als cognitieve desorganisatie worden geduid, als woordnieuwvormingen (neologismen), of een chaotische manier van denken. Met 'negatieve symptomen' worden symptomen bedoeld die bij een gezond persoon wel aanwezig zijn, maar bij iemand met schizofrenie niet. Dan moet je denken aan minder emotionele reacties (afvlakking), minder energie, inititiatief en spontaniteit, minder spreken en sociaal terugtrekgedrag. De oestrogeen pleisters bleken een significante reductie van ‘positieve symptomen’ te geven. Ook 'negatieve symptomen' namen af, maar het verschil was niet significant (Arch Gen Psychiatry. '08;65(8):955-60).
Hoewel dit een korte termijn (4 weken) observatie is, is het wel zeer interessant. Wat de mogelijke oorzaak is voor het gunstige effect op de positieve symptomen is niet duidelijk. Er wordt gedacht aan snelle effecten van de oestrogenen (als toename van de bloedtoevoer en het glucosegehalte in het brein). Maar ook aan meer lange termijneffecten, als echt veranderingen op gebied van neuroplasticiteit. Waarschijnlijk moeten we het echt op direct-hersenniveau gaan zoeken.
.
Bij bloedonderzoek van de twee groepen, bleek geen significant verschil qua oestrogeenconcentratie in het bloed. Maar eerder onderzoek heeft al aangetoond dat de oestrogeenconcentratie in het bloed niet overeen hoeft te komen met dat in het brein. Voor oestrogenen zijn er alpha en β receptoren. En beeldvormend onderzoek van het brein heeft aangetoond dat deze receptoren door het hele brein verspreid zijn. Zo zijn ze bijvoorbeeld aangetoond in de hypothalamus, amygdala, hippocampus, substantia nigra en diverse gebieden van het hersenschors. Ook is uit eerder onderzoek naar voren gekomen dat oestrogenen invloed uit oefenen op diverse neurotransmittersystemen, waaronder het dopaminerge en serotonerge systeem. De werking van antipsychotica wordt toegeschreven aan het feit dat ze de hoeveelheid dopamine in het mesolimbisch systeem verminderen. Een extra beïnvloeding van de dopaminerge systemen door oestrogeen, zou dus een plausibele verklaring kunnen zijn. Maar oestrogenen werken ook op het GABA-systeem. En dat doet weer denken aan LY2140023. LY2140023 reduceert de activiteit van glutamaat – de voorloper van Gamma-aminobutyric acid (GABA). Kortom over het waarom van het positieve effect kan nog lang gespeculeerd worden. Voor je echt kunt gaan denken aan behandeling met de pleisters is natuurlijk verder onderzoek, ook naar bijwerkingen, en zeker ook langere termijn follow-up gewenst.
.
Plaatje: 'oestrogen receptors and - related proteins in endometrium'
.
20 Aug '08

PROEVEN?

Vorig jaar schreef ik over de tentoonstelling 'Bang voor Bloemkool' in psychiatrie museum het Dolhuys. Maar wat is er eigenlijk zo eng aan bloemkool? Een raar ding is het eigenlijk wel. Hoe langer je hem beschouwt, hoe meer je je kunt voorstellen dat iemand hem eng vind. Althans, ik wel. Gelieerd aan die bloemkool heeft Winanda Hendriks nu voor het Dolhuys een aantal uitdagingen gemaakt: "vervreemdende eetconcepten". Doel is om op luchtige manier grenzen te testen en aan het denken te zetten: Is wat je ziet, wel wat je ziet? Durf je te proeven van het onbekende? Waarom besluit je het één wel te proeven en laat je het andere staan? Als dit je aanspreekt, kom dan proeven op zondag 24 augustus a.s. Omdat ingeschat moet worden hoeveel (eng) voedsel moet worden ingeslagen, wordt verzocht te reserveren (brinkman@hetdolhuys.nl of bel naar 023-5410670).

.
Ook eng: 'Braincake II'
.
20 Aug '08

OCD & fMRI

Dwangstoornissen, oftewel de obsessief-compulsieve stoornis (OCD). Hierbij hebben mensen last van steeds terugkerende (dwangmatige) gedachten. Vaak zijn het zeer beangstigende gedachten, bijvoorbeeld dat er geliefden iets afschuwelijks kan/zal overkomen of dat er een ramp of ziekte dreigt. Dergelijke gedachten wekken angst en onrust op. De patiënt wil uiteraard proberen die gedachten te stoppen. Dit wordt vaak gedaan door het uitvoeren van dwanghandelingen, zoals handen wassen, ordenen, of andere gedachten of rituelen. De dwanggedachten en –handelingen beperken veelal het functioneren en nemen veel tijd in beslag. De lijdensdruk bij mensen die er last van hebben is dan ook hoog. Een indrukwekkend verhaal erover kan je zien via deze link. Familiestudies hebben aangetoond dat familieleden van mensen met een OCD een verhoogd risico hebben om zelf ook aan deze aandoening te lijden. Bij eeneiige tweelingen is de concordantie zelfs 40%. Gedacht wordt dat de basis van de OCD ligt in het corticostriato-thalamo-corticale systeem. Hierover las je al eerder toen we het hadden over dwangmatige muisjes.

.
Nu is er functioneel MRI onderzoek gedaan naar de orbitofrontale cortex bij patiënten met OCD en hun familieleden. Je weet het wel hè, dit gebied van het brein is cruciaal voor plannen maken, besluitvorming en gedrag. Het doel van het recente onderzoek was om te kijken of er verschil was in het functioneren van dit breinonderdeel bij patiënten met OCD, bij hun familieleden, en bij gezonde vrijwilligers. De test die ze gebruikten vind ik echt heel moeilijk om uit te leggen. Je kunt een uitgebreide uitleg erover, inclusief de afbeeldingen hier downloaden. Het gaat erom dat er steeds 2 plaatjes tegelijk te zien zijn. Op elk plaatje zie je een gezicht en een huis over elkaar heen geprojecteerd. Steeds moet de proefpersoon aanklikken welk vd 2 plaatjes volgens hem ‘de goede’ is. na elke reactie kwam er een feed-back reactie op het scherm. Er werd gezegd of de keuze ‘goed’ of ‘fout’ was. Als door deze ‘trial & error’ methode de proefpersoon op een gegeven moment door had wat het systeem was en achtereen 6 maal de 'goede' keuze had gemaakt, kreeg hij een nieuwe set aangeboden. Zo wordt de flexibiliteit van het brein tav plannen maken getetst – een functie vd orbitofrontale cortex. Tijdens deze test werd dan ook gekeken naar veranderingen in de activiteit van dit gebeid van het brein.
.
Veertien vrijwilligers zonder OCD of familie met OCD werden vergeleken met 14 patiënten met OCD en 12 van hun familieleden. Na het afnemen van de testen werden de MRI scans vergeleken. Opvallend is dat, vergeleken met gezonde vrijwilligers, patiënten met OCD met een significante onder-activatie hadden van met name de laterale orbitofrontale en prefrontale cortex. Nog opvallender is dat ook hun familieleden deze significante afwijking hadden (Science. '08;18;321:421-2) . Dit is interessant. Want dat patiënten met OCD in hun dagelijks functioneren een verminderd flexibele houding hebben tav het leren van dingen en veranderingen daarin, kan je je voorstellen. Maar dat ook hun familieleden (die niet worden gehinderd door belastende dwanggedachten en angsten) hier ook last van hebben is interessant. De vraag is of dit invloed heeft op het dagelijks functioneren. En ook of deze verminderde hersenfunctie het verhoogde risico op het ontwikkelen van OCD bij hen verklaart. Om hier zicht op te gaan krijgen, zullen grotere groepen patiënten en hun familie langere tijd vervolgd moeten worden. Wel de moeite waard omdat het zou kunnen betekenen dat je een voorspellende meting in handen zou hebben. Ook zou het interessant zijn om te kijken wat het effect is van cognitieve gedragstherapie op deze gebieden van het brein. Sowieso bij patiënten, omdat cognitieve gedragstherapie een goede behandelmethode voor OCD is. maar wellicht ook bij hun familie, om te kijken of er trainingsmogelijkheden zijn. Enfin, wordt vast vervolgd!
.
.
15 aug '08

IN ZEN MOOD (II)

Confabula is een fan van Zen Habits. Leo Babauta geeft er continue tips om in een 'Zen-mood' te blijven. Vaak gelieerd aan 'mindfulness', waarover ik eerder schreef (zie 'Mindfulness'). Ik heb al vaker naar deze site gerefereerd. Zie bijvoorbeeld bij 'In Zen Mood'. Nu is er een lijst van 'The All-Time Most Popular Posts on Zen Habits'. Aangenaam om je in te verdiepen. Zoals Leo het zegt: " … don’t try to go through this all at once. There are days and days worth of reading here. I’ve just organized that so that you can go to the stuff you want to learn about first. Take it in small chunks. :)..." (ah - een emoticon – zie 'ff' !)
.
Ook mooi: The Slow Down Manifesto (
zie 'Slow down')
.

12 aug '08

PTSS & HART

Weer eens over psychiatrische verwevenheid. Begin dit jaar kwam ter sprake hoe een psychiatrische aandoening kan de opnameduur in een ziekenhuis verlengen (zie verwevenheid). Dat bleek ook te gelden voor patiënten met een posttraumatisch stresssyndroom (PTSS). Deze patiënten bleken frequenter te maken te hebben met ziekenhuisbezoeken en langduriger opnames (zie 'PTSS & Alg ziekenhuis'). Wat betreft somatische aandoeningen bleek dat er een sterke relatie was tussen PTSS en astma. Tweelingen met een PTSS bleken een 2,3 maal zo hoge kans te hebben op astma (zie 'PTSS & astma'). Eerdere studies suggereerden ook al een relatie tussen stress na een trauma en hartklachten. Begin dit jaar kwamen onderzoeksresultaten naar voren van mensen die na de aanslagen op het World Trade Center en Pentagon in een acute stressreactie had (ze bleven de ramp herbeleven in hun hoofd, konden alleen daar nog over denken en zich niet goed meer concentreren en waren doodsbang en op hun hoede voor een nieuwe aanval). Deze mensen hadden de hierop volgende jaren ook meer stress-gerelateerde klachten. Na aanpassen van de gegevens voor de al bestaande risicofactoren, was dat de groep met een acute stressstoornis tweemaal zoveel kans heeft op het ontwikkelen van hoge bloeddruk. En een driemaal zo hoge kans op een hartinfarct (zie 'Acute stresstoornis & hart'). Dit ging dus over de Acute stresstoornis.

.
Daar is nu een aanvullende prospectieve studie bijgekomen over de posttraumatische stresstoornis. Vanaf 1985 zijn 4328 mannelijke veteranen die oa in Vietnam hadden gediend, gevolgd. Het ging om 4328 mannen die in dat jaar geen hartaandoening of -klachten hadden. Bij allen werden diverse variabelen in kaart gebracht: leeftijd, opleiding, familieziekten, overgewicht, roken, alcoholgebruik etc. Ook werden psychiatrische symptomen naast de PTSS, als (antisociale) persoonlijkheidstrekken en depressieve symptomen meegenomen. Bij 323 veteranen werd de diagnose PTSS gesteld. Alle mannen werden vervolgd t/m december 2000. Allen hadden op dat moment een leeftijd van jonger dan 65 jaar. Na aanpassing van de getallen voor overige risicofactoren, bleek dat de veteranen met een PTSS een tweemaal zo hoge kans hadden op overlijden aan de gevolgen van een hartaandoening vergeleken met de veteranen zonder PTSS. Hoe ernstiger de PTSS, hoe groter de kans op een hartaandoening. De auteur noemt hoe PTSS een even groot risico geeft op een hartaandoening als een persoon zonder PTSS die meer dan 20 jaar 3 pakjes sigaretten per dag rookt (Psychosom Med. '08;70:668-76). Dramatische getallen. In ieder geval blijkt hoe belangrijk het is om aandacht te besteden aan het genezen danwel adequaat ondersteunen van patiënten met PTSS. Daarnaast uiteraard wat het pathofysiologisch mechanisme erahter is. Is het een verhoogde auto-immuunactiviteit? Opvallend is dat de onderzoeker al eerder schreef over relaties russen PTSS en psoriasis, arthritis and andere ontstekingsziekten. Ook een rol voor de HPA-as lijkt reëel. Bij acute stress leidt tot een verhoogde activiteit van noradrenerge neuronen. Hierdoor komt CRH uit de hypothalamus vrij, vervolgens ACTH uit de hypofyse, wat de release van cortisol uit de bijnieren stimuleert. Bij acute stress verhoogt de concentratie cortisol in je lichaam zich dus. Bij PTSS is sprake zijn van een ontregelde HPA-as. Bij pateinten met PTSS zijn verlaagde cortisolspiegels gevonden. Je zou je kunnen voorstellen dat er een verhoogde concentratie aan auto-immuunstoffen vrij komt (cytokines etc – zie bijvoorbeeld 'ouder, alleen & depressief'). Wat een aanslag doet op het cardiovasculaire systeem. En dat daarbij het te lage cortisol onvoldoende bescherming biedt.
.
Eerder hier over diabetes en depressie.
.
11 Aug '08

EINDIGHEID & KOEKJES

Apart onderzoek van Nederlandse bodem, van de Rotterdam School of Management, van de Erasmus Universiteit Rotterdam. 746 personen in Europa en de VS werden onderzocht. Gekeken werd naar hun zelfgevoel/'... ze naar de tandarts zouden gaan'. Daarbij kregen ze de optie om koekjes te eten. En werd aan ze gevraagd om een boodschappenlijstje te maken. Proefpersonen met laag zelfgevoel die over hun (hypothetische) overlijden schreven, bleken significant meer koekjes te gaan eten. Ook bleken ze een langere boodschappenlijst te maken dan de mensen die over de tandarts schreven. Vergelijkbare resultaten als ze steeds geconfronteerd werden met het woord 'dood' of als ze keken naar televisieprogramma’s waarin het thema dood veel voorbij kwam.

De onderzoekers noemen dit fenomeen "escape from self-awareness"- "ontsnappen aan zelf-bewust-zijn". Het bewustzijn van sterfelijkheid kan confronteren met het feit dat er nog veel ‘te doen/bereiken’ is. Een verhoogde bewustwording van ‘het zijn’ en de eindigheid daarvan dus. Dat kan een beangstigend gevoel geven. Blijkbaar is een ontsnappingsoptie hierbij meer eten of meer geld uitgeven. Het is wel boeiend. Je zou je namelijk ook kunnen voorstellen dat mensen juist minder koekjes gingen eten – vanuit het oogpunt dat ze gezonder wilden leven. Maar men ging dus juist eerder frustratie-eten. Als werd gekeken naar de consumpties waaraan mensen geld wilden gaan uitgeven, bleek dat de proefpersoenen wel opeens hun geld bewuster wilden spenderen. Er bleken postievere gevoelens te onstaan jegens producten van alom reeds bekende merken en negatieve gevoelens over merken die (nog) niet bekend bij de proefpersoon waren. De onderzoekers denken comercieel: hun advies is geen reclame te maken voor nieuwe merken na bijvoorbeeld het journaal. Of na andere "death-related programs" (J of Consumer Research).
.
Wij denken natuurlijk: eten de proefpersonen meer chocoladekoekjes? Wat staat er op hun boodschappenlijstje (chocolade?)? We weten van de positieve effecten hiervan (zie bijv choco I en choco II en de recentste update van dr Shock). En verder bedacht ik dat dit stuk ook tandartsen zal verbazen; het bewustzijn van het een dezer dagen weer naar de tandarts moeten blijkt dus de meerderheid van de mensen niet te weerhouden van een extra koekje!

Eerder vanuit buisiness gedachten:
'fMRI & talent voor …'
Eerder over chocolade-chip cookies craving.
Eerder over snoepjes-inkoopbehoefte en muziek
.
8 Aug '08

DEPRESSION BEFORE …

In Engeland zijn ze al een tijd bezig met een onderzoeksproject getiteld 'What was depression like before it was depression?'. Want natuurlijk zijn er al sinds de oudheid mensen die lijden aan depressies. Maar niet altijd werd een depressie als zodanig herkend. Neem het schilderij 'Melanconia' waarover ik eerder schreef. Het onderzoeksteam vergelijkt diverse literaire bronnen (poëzie, verhalen, toneel, tijdschriften, pamfletten, biografieën etc) uit die tijd en vergelijkt ze met toen gecreëerde beeldende kunst. 'Melancholie' is een vroegere benaming voor depressie.
In Gateshead (UK) is een tentoonstelling in de Shipley Art Gallery van 18e eeuwse kunstenaars die depressie hebben verbeeld. '18th-century blues: exploring the melancholy mind'. Er hangen werken van diverse bekende schilders, van wie sommigen zelf ook aan depressies leden. Bij het onderzoeksproject hoort een website, 'before depression', waarop je nadere informatie treft over het project zelf, over de tentoonstelling (met foto's van voornamelijk de bezoekers helaas...).
.
Een zeer interessant project, van deze Engelse onderzoeksgroep. Ik hoop dat ze er veel over naar buiten gaan brengen - ik ben erg benieuwd wat hun zoektocht allemaal oplevert. Het zou leuk zijn als ze hun site gaan uitbreiden met meer informatie en beeldmateriaal.
.
Meer over kunst en psychiatrie, de CC WIKI kunst.
.
7 Aug '08

WHY WE LOVE?

Misschien is het gevoel van die moeder naar baby’s wel een vorm van verliefdheid. Ja, wat doet het brein toch met ons in die andere vorm van natural high: als ons hele wezen alleen nog maar kan denken aan die ene ander? Verliefdheid! Helen Fisher heeft MRI scans gemaakt van mensen die verliefd zijn en mensen wiens relatie juist verbroken was.
Over Helen Fisher hadden we het vorig jaar ook. Ik weet niet of je het nog weet. Toen beschreef ik een onderzoek van haar ook met MRI scans. 17 hevig verliefde mensen onderzocht ze toen, met een
fMRI scan. Confrontatie met de persoon op wie ze verliefd waren, gaf een activatie van het dopaminerge systeem in het posterodorsale deel van de nucleus caudatus en het rechter gebied van het tegmentum. Daarnaast onderzocht ze 15 verliefde, doch afgewezen personen. Met een 'gebroken hart', gingen zij de scanner in. In vergelijking met foto’s van 'gewone bekenden', veroorzaakten foto's van hun object van verliefdheid nog steeds activiteit van het dopamine systeem - wat suggereerde dat zij nog steeds veel voor hun geliefde voelden. Maar daarnaast was er ook activatie in bijvoorbeeld de laterale orbitofrontale cortex, het gebied dat wordt geassocieerd met redeneren, risico-afweging, besluitvorming en woede-regulatie, maar ook met obsessief-compulsief gedrag en gebieden in de hersenen gelieerd aan fysieke pijn (gyrus cinguli). Fisher: "It's not a good combination: you're feeling intense romantic love, you're willing to take big risks, you're in physical pain, obsessively thinking about a person and you're struggling to control your rage. You're not operating with your full range of cognitive abilities. It's possible that part of the rational mind shuts down." (Philos Trans R Soc Lond B Biol Sci.'06; 29;361(1476):2173-86).

.
Nu kan je haar ook eens horen vertellen - check it out: Helen Fisher in 'The Brain in Love'!
.
Eerder in CC over relaties, mannan & vrouwen: check de CC WIKI!

Thanks to Dr Shock.
.
6 Aug '08

BABYSMILE = NATURAL HIGH?

Over moeders gesproken - moeders en hun baby. Soms prachtig om de twee wederzijds te zien stralen. Moeders kunnen er een kick krijgen van de glimlach van hun baby. Wat gebeurt er in het brein dat dit zo’n 'natural high' veroorzaakt? Dat blijkt uit leuk nieuw fMRI onderzoek. Een 'natural high' is niets teveel gezegd. Achtentwintig moeders werden onderzocht met fMRI onderzoek. Functioneel-MRI onderzoek hoef ik niet meer uit te leggen hè? Daar hadden we het al zo vaak over. Laatste keer was bij 'weed'. Terwijl ze in de scan lagen, kregen ze foto's te zien van hun kids. En ook foto’s van een kindje dat ze niet kenden, maar van dezelfde leeftijd. Het ging om 60 plaatjes, met verschillende gezichtsuitdrukkingen van de baby’s (blij, neutral, verdrietig). De plaatjes van het eigen en andere kindje warden ad random gepresenteerd.
.
Als de moeders hun eigen kindje zagen, werden diverse gebieden in het brein geactiveerd. Het ging om het ventrale tegmentale gebied, gebieden in de substantia nigra, het striatum en de frontal kwab. Je moet dan vooral denken aan gebieden die emoties reguleren ( de mediale prefrontale cortex, de gyrus cinguli anterior, de insula); gebiden die herkennen (de dorsolateral prefrontal cortex), en gebieden die meer (motore) activiteiten opwekken (motore cortex). De plaatjes van eigen baby met een blije uitdrukking activeerden nigrostriatale gebieden die door dopamine worden gereguleerd, zoals de substantia nigra en het putamen. Dit zijn gebieden in het brein die ook bij mensen die verslaafd zijn, een reactie geven als ze met de verslavende stof worden geconfronteerd. Neem bijvoorbeeld de reactie van het brein van chocoholics: ook bij hen werden deze gebieden actief bij het zien van plaatjes van chocola. (zie 'chocoholic advice'). De plaatjes van neutrale en verdrietige kindjes deden dit niet. Overigens bleek bij vergelijk van de gebieden en plaatjes, dat ook de onbekende baby’s wel een reactie opwekten, maar minder hevig. En ook hiervoor gold dat de blije snoetjes meer effect hadden (Pediatrics. '08;122:40-51) . Even helemaal los van de baby's: zal dit alles ook gelden als je plaatjes van blije familieleden of geliefden vergelijkt met plaatjes van blije onbekenden?
.

Wat een wat bizarre situatie is, is dat de onderzoekers eigenlijk oorspronkelijk vooral heel erg geïnteresseerd waren in de reactie van het brein op de plaatjes van de verdrietige baby’s. Met het idee dat het moederbrein daar wel enorm van zou moeten ontvlammen! Maar daar hebben ze geen spectaculaire reacties op gemeten. Terwijl de reactie van de moeder op een verdrietige baby natuurlijk wel heel belangrijk is. Misschien dat geluid (huilen) ook een belangrijke rol speelt bij de responsen van het brein. En dat het stille verdrietige plaatje dus onvoldoende indruk maakt.
.
En wat zal er gebeuren er bij moeders die lijden aan een post partum depressie (zie 'babyblues')? Reageren zij op geen van de baby-snoetjes? Wat ook interessant vervolgonderzoek zou kunnen zijn, is om de moeder groep verder uit te gaan diepen en vervolgen. In wijze van hoe ze met hun kind omgaan gecorreleerd met wat hun brein voor reacties vertoont.

Eerder over borstvoeding & IQ.
En vergeet niet: de beschaafde baby’s!
.
4 Aug '08