"PSYCHIATERS GEVEN ALLEEN MAAR PILLEN"

Prof.dr.R.S. Kahn, Medisch Contact nr 62, 2007: Geregeld wordt mij gevraagd wat ik ervan vind dat zoveel mensen ‘psychiatrische pillen’ slikken. De vraag is niet waardevrij. Integendeel, altijd schemert, afhankelijk van de subtiliteit van de vragensteller, de afkeuring door de schijnbare neutraliteit heen. De verscholen implicatie is dat het slikken van pillen tegen somberheid, angst en vreemde gedachten een dure en vooral onnodige interventie is. Deze klachten zijn een gevolg van een oververhitte maatschappij dan wel een gebrek aan persoonlijke zelfredzaamheid. Ik blijf me over deze vraag verbazen. Niet zozeer dat zij wordt gesteld, want kritisch evalueren van het nut van geneesmiddelen is in elk onderdeel van de geneeskunde volkomen op zijn plaats. Wat me echter opvalt, is dat deze vragen zelden worden opgeworpen als het gaat om cholesterolverlagers, maagzuurremmers of antihypertensiva. Voor deze aandoeningen geldt minstens zo sterk als voor de meeste psychiatrische ziekten, dat beïnvloeding van omgevingsfactoren een enorme reductie teweeg zou brengen in de noodzaak deze pillen voor te schrijven. Veel meer dan voor depressies, angst en psychoses het geval is (…) Vrijwel alle aandoeningen in de geneeskunde worden veroorzaakt door een interactie tussen omgevingsfactoren en genetisch bepaalde kwetsbaarheid. Dat de verschijnselen bij psychiatrische ziekten tot uiting komen in stoornissen in gedrag, denken en voelen, maakt ze niet anders dan de ziekten die leiden tot verstopte vaten of zure darmen. Het enige verschil is het orgaan dat aan deze verschijnselen ten grondslag ligt.’

14 Juli '07

Geen opmerkingen: